Ga direct naar


Ogenblik 12

Ogenblik 12

7858_KOP(Koe).jpgdinsdag 24 februari 2009 19:25

Als je een nummer bent in de maatschappij is dat niet best. We spreken er allemaal schande van, maar we doen er niets tegen. Het gebruik van nummers wordt alleen maar erger. Wij hebben allemaal een nummer in ons oor. Twee zelfs, in elk oor één. Ons bedrijf, lees boerderij, heeft  ook een nummer. Als ze iets van ons bedrijf willen weten wordt er altijd eerst gevraagd naar het unieke bedrijfsnummer (UBN) of het relatienummer. Naar de naam wordt niet gevraagd. Terwijl iemand naar zijn of haar naam vragen zo belangrijk is. Als je naam klinkt reageer je. Als de boer 'Janna' roept dan hef ik mijn hoofd ten hemel om te kijken wat de boer van me wil. Een naam hoort bij je. Je naam zit diep geworteld in je psyche. Dat ben je, daar ga je mee door het leven. De naam die je met je meedraagt vertelt uit welke cultuur je komt. In China zullen de koeien andere namen hebben dan hier in Friesland. Wij hier in onze potstal, wij hebben namen die horen bij de Friese cultuur. Wat te denken van de namen van mijn vriendinnen: Matsje, Beikje, Hibma, Henske, Anna, Suze en Durkje.  En onze familienaam: 'Ruters', dat zoveel betekent als: 'uit de Ruterpolder'. Alle stierkalfjes die hier geboren worden krijgen voor hun eigen naam de toevoeging 'Ruters'.  Alle koekalfjes krijgen achter hun naam een nummer, bv. Janna 132 of Janna 133. Bijnamen, zo als je die mensen wel kent, komen bij ons eigenlijk niet voor.  Die worden vaak gebruikt in kleine, hechte gemeenschappen om de leden van verschillende families uit elkaar te kunnen houden.

Wij hanteren hier in onze stal dus Friese namen. Eigenlijk zou ik iedereen in Friesland willen aanraden wat vaker Friese namen te gebruiken. Er zijn echt hele mooie bij. Zo kreeg ik laatst een geboortekaartje onder ogen met de prachtige naam: Froukje Renske. Aan mijn mijmeringen over Friese namen komt een einde. De stromachine wordt gestart, dus ik ga in de benen.  Er wordt vandaag een baal hooi verdeeld over de stal in plaats van stro. Een prima gebruik van het overschot aan ruwvoer. Een heerlijk zacht ligbed van gerecycled gras. De mest komt in de zomer weer op het land terecht. Het gras in de polder groeit er goed van en het bodemleven profiteert. En dat is weer goed voor de weidevogels. De eerste kieviten zijn alweer gesignaleerd. Voor je het weet  is het eerste kievitsei er weer!

Tot de volgende keer. Dikke kus,

Janna  

 

« Terug





Snelkoppelingen